Netwerkbijeenkomst complexe post operatieve pijn
26-02-2026
Van perspectieven naar regionale afspraken bij complexe postoperatieve pijn
26-02-2026

Van perspectieven naar regionale afspraken bij complexe postoperatieve pijn

Op 12 februari 2026 organiseerde het Netwerk Acute Zorg Midden-Nederland de eerste netwerkbijeenkomst binnen het jaarthema Complexe postoperatieve pijn. Samen met verschillende (zorg)professionals, waaronder anesthesiologen, orthopedisch chirurgen, huisartsen, apothekers, revalidatieartsen en andere ketenpartners – stond de avond in het teken van één centrale vraag: “Hoe organiseren we regionaal passende peri- en postoperatieve pijnzorg en beperken we onnodig of langdurig opioïdengebruik?”

Verschillende perspectieven, één gedeelde uitdaging
Vanuit het anesthesiologisch perspectief werd door Joris Tieman (AIOS anesthesiologie en differentiant pijnbestrijding – St. Antonius Ziekenhuis) benadrukt dat risicostratificatie vóór de operatie essentieel is. Onder andere factoren als reeds bestaande chronische pijn, preoperatief opioïdengebruik, eerdere depressie en angst voor de operatie vergroten de kans op langdurige pijn en problematisch medicatiegebruik. Aanwezige anesthesiologen vanuit het Diakonessenhuis vulden aan dat patiënten daar standaard voorlichting krijgen en dat vooraf een risico-inventarisatie plaatsvindt. Bij verhoogd risico wordt in samenwerking met huisarts en apotheek een individueel pijnplan opgesteld.

Ook werd stilgestaan bij de rol van opioïden. Hoewel deze middelen effectief kunnen zijn, brengen ze risico’s met zich mee, zoals tolerantie, hyperalgesie en afhankelijkheid. Opvallend is dat in ongeveer de helft van de gevallen het eerste opioïdrecept door een medisch specialist wordt voorgeschreven. Daarmee begint de ketenproblematiek vaak al in het ziekenhuis.

Roel Custers (Orthopedisch chirurg – UMC Utrecht) liet zien hoe belangrijk goede pijnbestrijding is voor herstel en mobilisatie, bijvoorbeeld na een knieprothese. Tegelijkertijd is er een zoektocht naar balans: te weinig pijnstilling belemmert herstel, maar te veel vergroot het risico op langdurig gebruik. Hij benadrukte daarnaast een nieuwe postoperatieve benadering waarbij minder wordt gefocust op het ‘patiënt zijn’ en meer op actief herstel na de ingreep, wat ook invloed heeft op de pijnbeleving. Ook werd kort stilgestaan bij ontwikkelingen in lokale pijnbestrijding tijdens de operatie als mogelijke aanvulling op het bestaande pijnbeleid. Bovendien blijkt er geen uniform beleid tussen ziekenhuizen. Dat roept de vraag op hoe we regionaal meer eenduidigheid kunnen creëren.

Vanuit de huisartsenzorg werd door Nienke Busser (huisarts en medisch coördinator UNICUM) een ander belangrijk knelpunt benoemd: herhaalrecepten. Patiënten bellen na ontslag vaak eerst de huisarts, ook wanneer de pijn direct gerelateerd is aan de operatie. Zonder duidelijke afspraken over regie en afbouw kan opioïdengebruik ongemerkt langdurig worden voortgezet. Ontslagbrieven bevatten bovendien niet altijd een concreet afbouwschema of stopdatum.

De boodschap was helder: hoofdbehandelaar en voorschrijver moeten duidelijk zijn, en dat moet ook zo gecommuniceerd worden.

Overdracht en regie: hier zit winst
Door de aanwezige revalidatieartsen en apothekers werd benadrukt dat patiënten uit verschillende ziekenhuizen komen met uiteenlopend pijnbeleid. Soms ontbreekt informatie over stopdatum, afbouw of verantwoordelijkheden. Dat maakt behandeling complex en vergroot het risico op onbedoeld langdurig gebruik.

Daarnaast werd uitgebreid gesproken over de ‘hoogrisicopatiënt’. Wanneer is iemand hoog risico? Kunnen we dat vangen in afkappunten of vraagt het ook klinisch inzicht? En hoe zorgen we dat patiënten die al langdurig opioïden gebruiken, passende begeleiding krijgen bij afbouw – zonder dat zij het gevoel krijgen ‘gelabeld’ te worden?

Meer dan alleen medicatie
De discussie ging nadrukkelijk verder dan alleen het type middel of de dosering. Pijn is meer dan een symptoom; het is onderdeel van een systeem. Voorlichting, verwachtingsmanagement, mobilisatie, psychosociale factoren en samenwerking met fysiotherapie en verslavingszorg spelen allemaal een rol.

Ook werd benoemd dat patiënten vaak onvoldoende weten over combinaties van pijnmedicatie, afbouw en risico’s. Uniforme en begrijpelijke patiëntinformatie is daarom een belangrijke stap.

Wat nemen we mee?
De avond maakte duidelijk dat er in de regio al veel initiatieven bestaan, maar dat uniformiteit ontbreekt. De belangrijkste opbrengsten:

  • Preoperatieve risicostratificatie is belangrijk
  • Regie en verantwoordelijkheden moeten duidelijker
  • Ontslagbeleid en overdracht kunnen beter en uniformer
  • Herhaalrecepten vragen om ketenafspraken
  • Afbouw is maatwerk, maar vraagt wel gezamenlijke kaders
  • Scholing van professionals en voorlichting aan patiënten zijn noodzakelijk

Vervolg: van perspectieven naar afspraken
Deze bijeenkomst vormde de start van een regionaal traject. Op 17 september 2026 volgt het tweede deel van het tweeluik. Dan worden bestaande afspraken en initiatieven gebundeld en werken we verder aan:

  • Heldere regieverdeling (wie doet wat en wanneer?)
  • Afspraken over risicostratificatie
  • Uniform ontslag- en afbouwbeleid
  • Regionale implementatie van een samenhangende werkwijze

Het doel is om eind 2026 te komen tot een regionaal, ketenbreed protocol voor complexe postoperatieve pijn, inclusief implementatie en borging.

Samen werken we aan passende pijnzorg – van operatiekamer tot thuissituatie.

Meer info over de volgende netwerkbijeenkomst volgt snel!

Heb je vragen, wil je meedenken in het vervolg of heb je aanvullende input? Laat het ons weten via nazmn@umcutrecht.nl.